Gemmenich

Gemmenich (Platdiets: Jömelech) is een dorp in en deelgemeente van de gemeente Blieberg (Plombières), gelegen in het uiterste noordoosten van de Waalse provincie Luik, België, bij het drielandenpunt met Nederland en Duitsland. Het heeft ongeveer 2.500 inwoners en was tot 1977 een zelfstandige gemeente.

Ligging

De deelgemeente Gemmenich wordt begrensd door de Nederlandse grens in het noorden, een klein stukje Duitse grens bij het drielandenpunt en de gemeente Kelmis (Duitstalige Gemeenschap) in het oosten, de Rodbuschkesbach in het zuiden en de rivier de Geul in het westen.

Behalve het dorp Gemmenich bevinden zich binnen de deelgemeente tevens de buurtschappen Botselaar, Gerardsbroek, Neuhaus, Nouvelaar, Roerberg, Terbruggen, Tersassen, Terstraten en Völkerich.

Geschiedenis

Tot de opheffing van het hertogdom Limburg hoorde Gemmenich tot de Limburgse hoogbank Montzen. Net als de rest van het hertogdom werd Gemmenich bij de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door de Franse Republiek in 1795 opgenomen in het toen gevormde Ourthedepartement.

Na de weigering van het Duits ultimatum door koning Albert vielen op 4 augustus 1914 het 1ste Duitse Leger onder generaal Alexander von Kluck en het 2de Duitse Leger onder generaal Karl von Bülow België binnen. Om 07.30 uur overschreden ze in Gemmenich bij het Drielandenpunt met Nederland en Duitsland de Duits-Belgische grens. Daarna werd hun geplande opmars via Noord-België naar Frankrijk werd tijdelijk geblokkeerd door De vesting Luik.

Streektaal

In het dorp wordt Platdiets gesproken, een Limburgs dialect. Dat de bewoners zelf moeite hadden zichzelf taalkundig in te delen, blijkt wel uit de uitkomsten van de talentelling in de gemeente. In 1846 bij de eerste talentelling noemde 96% van de bevolking zich Nederlandstalig, 3% Franstalig en 1% Duitstalig. Bij de talentelling van 1930 was de situatie volledig veranderd: 80% gaf aan Duits te spreken, 17% koos voor Frans en 3% voor Nederlands. In 1947 was het weer anders: 63% noemde zich Franstalig, 24% Duitstalig en 13% Nederlandstalig. Op taalkundige gronden had het gebied bij vastlegging van de taalgrens in 1962 bij het Nederlandse of Duitse taalgebied ingedeeld moeten worden, maar om politieke redenen werd de gemeente officieel Franstalig gebied. De oorspronkelijke bevolking is sindsdien verder verfranst. Gaandeweg vestigen zich steeds meer Duitsers en Nederlanders uit naburige gemeenten in het dorp, waardoor het percentage anderstaligen weer toeneemt. De plaatselijke school biedt tweetalig onderwijs aan (Frans-Duits).

Het plaatselijke dialect is een overgangsdialect van Zuid-Nederfrankisch (Limburgs) naar Ripuarisch (een soort Keuls plat). De oorspronkelijke inwoners zelf zien zichzelf eerder als Duitstaligen dan Nederlandstaligen. Taalkundig zou het eerder bij het Nederlands (Zuid-Nederfrankisch) horen dan bij het Duits (Ripuarisch), maar het is toch moeilijk aan te geven doordat er een groot aantal Duits-Ripuarische woorden en kenmerken gebruikt worden. Het Kerkraads of Vaals dialect in Nederland behoort taalkundig gezien duidelijker tot het Duitse taalgebied (Ripuarisch).